Dat er in het hart van een dienaar een oprechte wens ontstaat om te krijgen wat bij Allah is, en hij koppelt dat aan daden, en dan zou Allah hem toch afwijzen. Dit wordt niet eens gezegd over de slechte mensen, laat staan dat het aan hun Heer wordt toegeschreven.
أن يقع في قلب عبد رغبة صادقة في أنه يريد ما عنده، ويقرنها بعمل، ثم إن الله يرده. هذا لا يقال في فجار العباد، فكيف يُنسب إلى ربهم؟