Een gelovige wordt niet getroffen door vermoeidheid, ziekte, zorgen of verdriet, zelfs niet door een doorn die hem prikt, of het wordt een boetedoening voor zijn zonden.
ما يصيب المؤمن نصب ولا وصب ولا هم ولا حزن حتى الشوكة يشاكها إلا كفر بها من سيئاته.